Islam 2

Islam 2

De Goddelijke maat der dingen
Het komt voor dat men denkt aan moslims als fatalisten, omdat zij geloven dat goed en kwaad vooraf bepaald zijn. Een moslim gelooft niet in fatalisme, noch in "predestinatie;" hij gelooft in de "Goddelijke Maat der dingen".

De mens bezit geen absolute kennis, geen absolute macht, en ook geen absolute wil. Al deze eigenschappen heeft God alleen. Menselijke kennis, macht en wil, zijn onderworpen aan beperkingen en deze beperkingen zijn aan de mens gesteld door de "Goddelijke Maat" die in de Quran als "Qadar" wordt aangeduid. Dit is niet een van buiten af werkende invloed, zoals het gezag van een opzichter, maar het betekent dat een innerlijke wet zich voltrekt.

De "Qadar" van het menselijk zaad is de mens, die potentieel in dat minuscule deeltje verborgen is. De moslims geloven dat alles door God geschapen is, zowel goed als slechte dingen. De mens heeft daarbij een subtiele vermogen gekregen een keus te maken, tussen bijvoorbeeld, gebruik of misbruik van het goede en het al dan niet gebruiken van het slechte. Dat vormt onze beproeving.
We moeten niet uit het oog verliezen dat veel van het kwaad waarvan we ons afvragen waarom het bestaat, voortkomt uit het misbruiken van het goede door de mens zelf.

De Islam leert ons, dat zowel lichamelijke als geestelijke behoeften, positieve, door God geschonken vermogens zijn, die aanvaard moeten worden. Het probleem voor de mens is dus niet, hoe hij de eisen van zijn lichaam moet onderdrukken, maar hoe hij ze zodanig met de eisen van zijn geest in overeenstemming kan brengen, dat het leven volledig en rechtschapen kan worden.

De vijf zuilen
"Ik getuig dat er geen God is dan Allah en ik getuig dat Mohammed zijn dienaar en boodschapper is."

Asch schahada
Op de eerste plaats is dat onvoorwaardelijk geloof in God en Zijn Openbring aan Mohammed, en het daar van getuigen in de levensstijl die men volgt. Het aanvaarden van Mohammed als God's boodschapper houdt in, dat men bereid is de instrukties en aanmodigingen van de Quran in de praktijk de brengen, waarbij men zijn voorbeeld volgt. Zoals de Quran vermeld: "U hebt in de profeet van Allah zeker een prachtig voorbeeld."

Salát
Erg belangrijk is het verrichten van het islamitsche gebed vijfmaal per dag. Dat voorziet in de menselijke behoefte om zich God op gezette tijden te herinneren.
Zonder deze hulp wordt de mens gemakkelijk opgeslokt door de drukte van de wereld. De gebedstijden zijn: vóór zonsopgang, kort na het midden van de dag, halverwege de middag, direkt na zonsondergang en later op de avond. Daarnaast wordt de moslim aangemoedigd de gedachten aan God gedurende zijn werk te bewaren.

Zakát
Vervolgens is het nodig, dat de mens zich niet al te veel hecht aan de materiële goederen, die hij door Gords genade in bruikleen heeft gekregen. Ook daarom is het goed als hij met andere deelt, wat hij maar kan. De minimum belasting die hiervoor is vastgesteld komt tengoede aan de armen, de behoeftigen en het bevrijden van onderdrukten en dergelijke. Mede door de insteling van Zakát, worden geld en goederen beter onder de mensen verdeeld.

Saum
Iedereen heeft voedsel nodig om te kunnen leven, maar dat de mens geen slaaf van zijn eetlust mag worden, leert de moslim in de vastenmaand Ramadan. Gedurende 30 dagen eet, drinkt of rookt hij niet en heeft geen geslachtsgemeenschap, vanaf de eerste ochtendschemering tot zondsondergang. In deze periode is meer tijd en energie vrij om zich te bezinnen op de gods-dienst.

Hadje
Elke jaar trekken honderdduizenden moslims uit alle landen naar het oudste heiligedom op aarde in Makka, om daar gezamenlijk God te prijzen en te bidden.

Iedereen gaat gekleed in dezelfde sobere stijl om gelijkheid en broederschap inniger tekunnen beleven.
Datgene wat de bovengenoemde verplichtingen verbindt en onderstunt, is Djihad, het sterven met volledige inzet naar dienstbaarheid aan God. Hieronder vallen sociaal werk, onderwijs en verdediging van de moslimgemeenschap.