Boeddhisme 2

Boeddhisme 2

In een eerder beschreven stuk is er al een introductie gemaakt over het Boeddhisme. Daar werd er in het kort verteld wie Boeddha was en wat ze de mensheid aanbevelen. In het komende stuk zal er wat dieper worden ingegaan op het Boeddhisme. De Boeddha geloofde niet in Brahman (God) of in de atman (ziel) en leerde dat de mens lijdt omdat hij de dingen niet ziet zoals ze in werkelijkheid zijn, d.w.z. veranderlijk en vergankelijk, en hierdoor zijn leven verkeerd inricht, aan de verkeerde dingen vasthoudt en de verkeerde dingen najaagt.

Die verkeerde zienswijze wordt veroorzaakt door een uit de onwetendheid van de mens voortkomende levensdorst, en deze levensdorst kan ongemerkt meer kwalijke vormen gaan aannemen: reeds als begeerte, nijd, gemakzucht, ongedurigheid of wantrouwen kan zij hem gaan beletten om zijn leven ten goede te keren.

De nakomelingen van de boeddha dienen zich te houden aan de 5 regels die er opgesteld zijn.
Het gaat om de volgende regels;

  • niet doden van mens of dier in de zin van deze niet te pijnigen en te verminken of zodanig anders moedwillig letsel aan te brengen dat de dood erop volgt of kan volgen.
  • niet te stelen, of ons anders onrechtmatig toe-eigenen van gebied, goederen, geld of hand- of geestesarbeid, noch ons direct of indirect schuldig maken aan heling daarvan.
  • kuisheid, in de zin van het niet verrichten van seksuele handelingen die als liefdeloos, overspelig, incestueus, gewelddadig of onnatuurlijk bestempeld zouden kunnen worden.
  • niet bedriegen door middel van list of leugen beide in de zin van de onwaarheid te spreken als de waarheid te verhullen, ook en vooral in ons openbaar en zakelijk leven.
  • geheelonthouding het in het geheel niet gebruiken van alcohol of andere al dan niet verslavende middelen die ons bewustzijn kunnen aantasten en/of anders onze gezondheid kunnen schaden.

Het nastreven van deze 5 regels versschaft de volgelingen morele kracht om je te kunnen begeven op het weg van genotzucht en zelfkwelling, en die zal je dan voeren naar de nirvana.
Nirvana is de staat waarbij de vlam van de levensdorst geheel gedoofd is. Het is het hoogste goed in het boeddhisme. Nirvana en de waarneembare wereld zijn niet twee verschillende werkelijkheden of twee verschillende toestanden van de werkelijkheid. Nirvana is de waarneembare wereld te beleven sub specie aeternitatis, d.w.z. vanuit het gezichtpunt der eeuwigheid. Het is, met andere woorden, de ene werkelijkheid ontdaan van al onze denkbeelden, met inbegrip van deze.

De naleving van de vijf boeddhistische leefregels en een gedegen inzicht in de betekenis van de Boeddha's Vier Edele Waarheden stellen ons in staat het Edele Achtvoudige Pad te betreden, het al vorderend op het Pad de Tien Boeien die ons aan Samsara ketenen te verbreken en uiteindelijk de gezegende staat van Nirvana te bereiken.